Een rijke, dikke soep van vijf verschillende peulvruchten uit Umbrië, met guanciale, tomatenpassata en verse maggiorana. Traditionele cucina povera die je van binnen verwarmt – perfect voor koude winteravonden of lauw in de zomer. Geduld is de sleutel: elke peulvrucht wordt apart gekookt en versmelten samen tot pure troost in een kom.
Grote soeppan of braadpan voor de soffritto en finale soep
pollepel
Snijplank en mes
Aardewerken kommen voor serveren optioneel maar authentiek
Ingrediënten
Peulvruchten (500 gram totaal)
100ggedroogde borlotti bonen of bruine bonen
100glenticchie di Castelluccio (of bruine linzen)
100ggedroogde fave (tuinbonen)
100gcicerchie (grassenerwten) - of kikkererwten als alternatief
100groveja (wilde erwten) of groene spliterwten
Voor de soep
150gguanciale (of pancetta) - in kleine blokjes
1stmiddelgrote ui, fijngehakt
1stwortel, fijngehakt
1steelselderij, fijngehakt
2stteentjes knoflook, fijngehakt
200gtomatenpassata
1lgroentebouillon - naar behoefte meer
extra vergine olijfolie - voor soffritto en afmaken
zeezout en versgemalen zwarte peper - naar smaak
1handvolverse maggiorana (marjolein) blaadjes - voor garnering
Voor serveren
4dikke snedenlandbrood, geroosterd
extra vergine olijfolie - om over de soep te druppelen
Instructies
Week alle peulvruchten apart in ruim koud water. Borlotti en fave minimaal 8-12 uur (overnight), cicerchie 6-8 uur, linzen 2-4 uur, roveja/spliterwten 2-3 uur. Giet af en spoel.
100 g gedroogde borlotti bonen of bruine bonen, 100 g lenticchie di Castelluccio (of bruine linzen), 100 g gedroogde fave (tuinbonen), 100 g cicerchie (grassenerwten), 100 g roveja (wilde erwten) of groene spliterwten
Kook elke peulvrucht apart in ongezouten water tot gaar maar niet tot moes. Ongeveer: borlotti 45-60 min, fave 50-70 min, cicerchie 45-55 min, linzen 20-25 min, roveja/spliterwten 25-30 min. Voeg zout pas toe in de laatste 10 minuten. Bewaar het kookvocht!
100 g gedroogde borlotti bonen of bruine bonen, 100 g lenticchie di Castelluccio (of bruine linzen), 100 g gedroogde fave (tuinbonen), 100 g cicerchie (grassenerwten), 100 g roveja (wilde erwten) of groene spliterwten, zeezout en versgemalen zwarte peper
Verhit 3 eetlepels olijfolie in een grote soeppan op middelhoog vuur. Voeg de guanciale toe en bak 4-5 minuten tot het vet uitgelaten is en de randjes krokant beginnen te worden.
extra vergine olijfolie, 150 g guanciale (of pancetta)
Voeg ui, wortel, selderij en knoflook toe aan de pan. Bak zachtjes 8-10 minuten tot de groenten zacht en geurig zijn, niet bruin. Roer regelmatig.
1 st middelgrote ui, fijngehakt, 1 st wortel, fijngehakt, 1 steel selderij, fijngehakt, 2 st teentjes knoflook, fijngehakt
Voeg de gekookte peulvruchten één voor één toe, met een scheut van hun eigen kookvocht. Begin met de grootste (borlotti, fave), dan cicerchie, daarna linzen en als laatste roveja. Roer zachtjes na elke toevoeging.
100 g gedroogde borlotti bonen of bruine bonen, 100 g lenticchie di Castelluccio (of bruine linzen), 100 g gedroogde fave (tuinbonen), 100 g cicerchie (grassenerwten), 100 g roveja (wilde erwten) of groene spliterwten
Voeg de tomatenpassata toe en roer door. Voeg groentebouillon toe tot de soep de gewenste consistentie heeft – dik maar soepelbaar. Breng op smaak met zout en zwarte peper.
200 g tomatenpassata, 1 l groentebouillon, zeezout en versgemalen zwarte peper
Laat de soep zachtjes pruttelen op laag vuur voor 20-25 minuten. Roer regelmatig en controleer de consistentie. Voeg extra bouillon of kookvocht toe als het te dik wordt.
1 l groentebouillon
Leg een dikke snee geroosterd brood in elke kom. Schep de hete soep erop. Druppel royaal olijfolie over en garneer met verse maggiorana blaadjes. Serveer meteen.