Een pizza margherita is een Napolitaanse pizza met tomaat, mozzarella, basilicum en olijfolie op een bodem die meer dan een dag de tijd krijgt. Je maakt eerst een voordeeg van bloem, water en een gram gist dat 24 uur in de koelkast rijpt. Daarna kneed je het hoofddeeg, draai je vier bollen en laat je die vier uur rijzen. De saus is rauw: gepelde tomaten die je met de hand fijnknijpt, met olijfolie, zout en basilicum. Op een pizzasteen die een uur is voorverwarmd bak je elke pizza vijf tot zeven minuten.De pizza margherita komt uit Napels. Volgens het verhaal maakte pizzaiolo Raffaele Esposito hem in juni 1889 voor koningin Margherita van Savoye, in de kleuren van de Italiaanse vlag: rood van de tomaat, wit van de mozzarella en groen van het basilicum. Of het zo ging, weet niemand zeker, want pizza met tomaat en kaas werd in Napels al eerder gebakken. Sinds 2010 is de pizza napoletana een erkende traditionele specialiteit van de Europese Unie, en sinds 2017 staat het vak van de Napolitaanse pizzaiolo op de Unesco-lijst van immaterieel erfgoed.In een thuisoven haal je geen 485 graden zoals in een Napolitaanse houtoven. Daarom zit er olijfolie in het deeg en bak je op de bovenste plaats in de oven, dicht bij het grillelement. De pizzasteen geeft de bodem de hitte die een rooster niet geeft. Laat de mozzarella een half uur uitlekken, anders loopt het vocht over de saus en wordt het midden slap. Het voordeeg kan tot 48 uur in de koelkast blijven, dus je maakt het op donderdag en bakt op zaterdag. Wie geen voordeeg wil maken, gebruikt pizzadeeg van één dag; de rand wordt dan minder luchtig en minder bruin.
50gsemola - griesmeel van harde tarwe, voor het uitstrooien
Instructies
Meng in een kom de bloem met de gist en giet het water erbij. Roer met een lepel tot er geen droge bloem meer op de bodem ligt; het mag grof en klonterig blijven. Dek af met folie met een paar gaatjes erin en zet het voordeeg 24 tot 48 uur in de koelkast.
300 g bloem tipo 0, 150 ml water, 1 g gedroogde gist
Snijd het voordeeg in stukken, doe het terug in de kom en giet het water erover. Laat tien minuten staan en roer, zodat het korstje van de koelkast oplost. Voeg de bloem en de gist toe en meng tot al het water is opgenomen.
300 g bloem tipo 0, 270 ml water, 2 g gedroogde gist
Voeg het zout toe en kneed met bewegingen van boven naar beneden. Giet als laatste de olijfolie erbij en kneed tot die helemaal is opgenomen. Het zout gaat er pas in als het water weg is, omdat het de gist anders afremt.
15 g zout, 2 el olijfolie extra vergine
Kneed het deeg op een licht bebloemd werkvlak tien minuten, tot het glad is en terugveert als je erin drukt. Leg het terug in de kom, dek af met een vochtige theedoek en laat een kwartier rusten op kamertemperatuur.
Verdeel het deeg in vier stukken van ongeveer 265 gram. Draai elk stuk onder je hand over het werkvlak tot een strakke bol met een gladde bovenkant. Leg de bollen ruim uit elkaar in een afgesloten bak en laat ze vier uur rijzen, tot ze in volume verdubbeld zijn.
Leg de pizzasteen een uur voor het bakken op het bovenste rooster en zet de oven op de hoogste stand, 250 tot 275 graden. De steen moet helemaal doorwarmd zijn, want een halfwarme steen geeft een bleke en taaie bodem.
Knijp de tomaten met je handen fijn in een kom, zonder blender, zodat er stukjes blijven en de pitjes heel blijven. Roer de olijfolie, het zout en een paar gescheurde blaadjes basilicum erdoor. De saus gaat rauw op de pizza en kookt pas in de oven.
600 g gepelde tomaten, 2 el olijfolie extra vergine, 1 snufje zout, 1 bosje basilicum
Snijd de mozzarella in reepjes en laat ze een half uur uitlekken in een zeef. Rasp de Grana Padano. Uitgelekte mozzarella houdt de pizza droog; met het vocht erin wordt het midden slap voordat de bodem gaar is.
400 g mozzarella, 50 g Grana Padano
Bestrooi het werkvlak met semola. Druk een bol vanuit het midden plat naar de rand, zodat de lucht naar de rand schuift. Draai om en herhaal. Rek het deeg tot een schijf van 28 centimeter en laat een rand van twee centimeter onaangeroerd; daar komt de korst.
50 g semola
Verdeel drie eetlepels saus met de bolle kant van een lepel in rondjes vanuit het midden, tot vlak voor de rand. Strooi er een kwart van de Grana Padano over, verdeel de mozzarella en druppel er wat olijfolie over. Leg de pizza op een met semola bestoven pizzaschep.
400 g mozzarella, 50 g Grana Padano, 2 el olijfolie extra vergine, 50 g semola
Schuif de pizza met één korte ruk op de steen en bak hem vijf tot zeven minuten, tot de rand gezwollen en gevlekt is en de mozzarella borrelt. Leg er een paar blaadjes basilicum op en serveer meteen. Bak de volgende pizza pas als de steen weer vijf minuten is opgewarmd.
1 bosje basilicum
Notities
Bak de pizza's na elkaar en laat de steen tussen twee pizza's vijf minuten opwarmen. Eet de pizza meteen; na tien minuten wordt de bodem zacht. Bewaar een overgebleven punt afgedekt in de koelkast en warm hem op in een droge koekenpan met een deksel erop. Ongebakken deegbollen kun je invriezen; laat ze een nacht in de koelkast ontdooien.