Romige Witte Bonensoep met Rozemarijn en Krokante Pancetta
Recept van: Remco Borsato
Deze Toscaanse witte bonensoep wordt dik zonder een druppel room. Je pureert de helft van de cannellinibonen met een pollepel bouillon en roert die massa terug in de pan, zodat het zetmeel de soep bindt en de rest van de bonen heel blijft. Daardoor heb je nog iets te bijten. De pancetta gaat in twee porties: het eerste deel smelt uit in een koude pan en geeft het vet waarin ui, winterpeen, bleekselderij en knoflook zacht worden, het tweede deel bak je vlak voor het opdienen krokant met blokjes oud brood.In Toscane heten de inwoners mangiafagioli, bonenerters, en die naam dragen ze met plezier. Bonen kwamen in de zestiende eeuw via Spaanse schepen in Livorno aan wal en werden daar het goedkope eiwit dat een winter meeging. Cannellini is de bekendste soort: langwerpig, roomwit, met een melige kern die uiteenvalt onder de bolle kant van een lepel. Rozemarijn hoort er onlosmakelijk bij, maar met een korte lont. Twee hele takjes gaan er vijftien minuten in en verlaten daarna de pan, voordat de naalden harsig worden.Reken op vijftig minuten voor vier personen, waarvan vijftien minuten snijwerk. Blikbonen werken prima, mits je ze afspoelt tot het schuim weg is; gedroogde bonen geven een steviger resultaat maar vragen een nacht weken. Neem pancetta tesa in een dikke plak, dan kun je zelf blokjes van een halve centimeter snijden die krokant worden in plaats van krullen. Zout gaat er pas na het pureren in, omdat bouillon en pancetta al genoeg meebrengen. Serveer de soep in diepe kommen met de krokante garnering er vlak voor het opdienen bovenop, een scheut olijfolie erover en een snee landbrood ernaast. Schenk er een droge Vernaccia di San Gimignano bij van tien graden, of een jonge Chianti Classico zonder houtrijping.
60gpancetta tesa in blokjes van een halve centimeter
3eetlepelsolijfolie extra vergine
1stuksui, fijngesneden
1stukswinterpeen, in kleine blokjes
2stengels bleekselderij, in kleine blokjes
2teentjesknoflook, fijngehakt
2blikjecannellinibonen van 400 gram, afgespoeld en uitgelekt
2takjesverse rozemarijn, heel
900mlkippenbouillon
1theelepelzout, pas toevoegen na het pureren
1snufjeversgemalen zwarte peper
Krokante garnering
40gpancetta tesa in blokjes van een halve centimeter
80goud landbrood, in blokjes van een centimeter
0,5theelepelverse rozemarijn, fijngehakt
1eetlepelolijfolie extra vergine
Instructies
Doe de zestig gram pancetta in een koude soeppan en zet het vuur laag. Bak de blokjes in ongeveer acht minuten krokant en goudbruin. Door koud te beginnen loopt het vet langzaam uit en verbrandt de rand niet. Schep de blokjes eruit en laat het vet achter.
60 g pancetta tesa in blokjes van een halve centimeter
Voeg de olijfolie toe aan het pancettavet en fruit ui, winterpeen en bleekselderij acht minuten op middelhoog vuur, tot alles zacht is maar niet bruin. Roer de knoflook er de laatste minuut door, want die verbrandt sneller dan de rest en wordt dan bitter.
3 eetlepels olijfolie extra vergine, 1 stuks ui, fijngesneden, 1 stuks winterpeen, in kleine blokjes, 2 stengels bleekselderij, in kleine blokjes, 2 teentjes knoflook, fijngehakt
Doe de afgespoelde cannellinibonen, de twee hele rozemarijntakjes en de kippenbouillon erbij. Breng aan de kook, draai het vuur laag en laat vijftien minuten zachtjes pruttelen met het deksel schuin op de pan, zodat de bonen zacht worden en de bouillon smaak opneemt.
2 blikje cannellinibonen van 400 gram, afgespoeld en uitgelekt, 2 takjes verse rozemarijn, heel, 900 ml kippenbouillon
Vis de rozemarijntakjes eruit en gooi ze weg. Na een kwartier hebben de naalden hun olie afgegeven en worden ze harsig en bitter als ze langer meekoken. Laat de pan intussen zachtjes doorpruttelen zonder deksel.
2 takjes verse rozemarijn, heel
Schep de helft van de bonen over in een kom met een flinke pollepel kookvocht en pureer die glad met de staafmixer. Het vocht laat het zetmeel emulgeren, waardoor de soep bindt. Droog gepureerd wordt de massa korrelig en blijft hij aan de lepel plakken.
2 blikje cannellinibonen van 400 gram, afgespoeld en uitgelekt
Roer de puree terug in de pan en laat de soep nog vijf minuten doorwarmen. Breng hem nu pas op smaak met zout en peper, want bouillon en pancetta brengen allebei zout mee en pureren concentreert wat er al in zit.
1 theelepel zout, pas toevoegen na het pureren, 1 snufje versgemalen zwarte peper
Bak voor de garnering de veertig gram pancetta in een koude koekenpan krokant en schep de blokjes op keukenpapier. Laat het uitgelopen vet in de pan, want daar krijgen de broodblokjes straks hun rooksmaak van.
40 g pancetta tesa in blokjes van een halve centimeter
Bak de broodblokjes met de fijngehakte rozemarijn en de eetlepel olijfolie vier minuten in dat vet, tot ze goudbruin zijn. Schep de soep in diepe kommen, verdeel pancetta en brood erover en dien meteen op, anders verliest de garnering zijn knapperigheid.
80 g oud landbrood, in blokjes van een centimeter, 0,5 theelepel verse rozemarijn, fijngehakt, 1 eetlepel olijfolie extra vergine
Notities
Maak de soep gerust een dag eerder en bewaar hem afgesloten, maximaal drie dagen. Leng bij het opwarmen aan met honderd tot honderdvijftig milliliter hete bouillon, want de bonen nemen vocht op. Bak de garnering altijd vers, dat kost acht minuten. Invriezen kan drie maanden, zonder garnering. Gebruik je gedroogde bonen, week dan tweehonderdvijftig gram twaalf uur en kook ze in vijftig tot zeventig minuten gaar.