De vorige keer dat Paolo bij Amoro stond, zette hij een glas Pecorino voor me neer en zei: “Dit is geen kaas. Dit is een druif.” En toen ging hij verder met vertellen alsof het de gewoonste zaak van de wereld was dat een Italiaanse boer uit Offida naar Heiloo komt om Nederlanders te leren wat ze in hun glas hebben.
Op zaterdag 30 mei is hij er weer. Een middag lang. Met een tafel vol antipasti die Ylenia en ik klaarmaken, en alle ruimte om met Paolo zelf te praten over de wijnen van Ciù Ciù.
Welke wijnen je gaat proeven
Ciù Ciù werkt vooral met druiven uit Le Marche. Vier namen om te onthouden.
Pecorino. Witte druif, ja, dezelfde naam als de kaas maar er is geen enkele relatie. Lange tijd bijna verdwenen, nu een van de meest karaktervolle witte druiven van Italië. Mineraal, kruidig, met een citroenachtige frisheid die niet schreeuwt om aandacht.
Passerina. Eigenwijzer dan Pecorino. Iets vollere body, soms een toets van witte bloemen. Een druif die je buiten Le Marche zelden tegenkomt.
Montepulciano. De rode werkpaard. Niet te verwarren met Vino Nobile di Montepulciano, dat is een Toscaanse plek met een Sangiovese-wijn. De Montepulciano-druif is donker, vol, met fluwelen tannines.
Sangiovese. De bekende. Maar in Le Marche krijgt hij een eigen accent. Iets rauwer, iets aardser dan zijn Toscaanse neven uit Chianti of Montalcino.
Paolo schenkt, vertelt en geeft je alle tijd om het verschil te proeven tussen een druif uit het binnenland en eentje die dichter bij de Adriatische kust groeit. Dat soort detail mis je in een gewone wijnwinkel.
Wie is Ciù Ciù?
Een familiebedrijf uit Offida, een middeleeuws stadje in de heuvels van Le Marche, vlakbij Ascoli Piceno. Geen marketing-Italië, maar het echte werk. Ciù Ciù werkt biologisch, met aandacht voor de grond en de seizoenen. Niet omdat het mooi staat op een etiket, maar omdat ze er geloven dat wijn zo hoort te worden gemaakt.
Wat je in het glas krijgt is puur en toegankelijk. Geen gepolijste exportwijnen voor de internationale markt, geen overdadig fruit, geen houttoeters. Wijnen die smaken naar de plek waar ze vandaan komen. Dat is precies de reden waarom wij ze al jaren schenken op het TuinDiner en bij het WinterDiner in Hensbroek.

De gerechten van TuinDiner
Wij staan er ook. En nee, dit zijn geen losse antipasti die je her en der oppikt. Ik heb specifiek gerechten geselecteerd en afgestemd op de wijnen van Ciù Ciù. Elk hapje hoort bij een wijn. Elke wijn hoort bij een hapje.
Een stukje pecorino bij de Pecorino, omdat de mineraliteit van de wijn de zoute kaas optilt. Salami uit Le Marche bij de Sangiovese, want lokaal hoort bij lokaal. Iets met witte bonen, rozemarijn en goede olijfolie bij de Passerina, omdat die volle witte wijn een gerecht aankan dat meer body heeft dan brood met olie.
Wat ik op deze proeverij maak is geen plankje met spullen. Het zijn echte gerechtjes, gekookt in de keuken van Amoro, afgestemd op wat er in je glas komt. En aan het eind van de middag heeft Ylenia nog iets zoets klaarstaan, want zonder dolce kun je een Italiaanse middag niet afsluiten.
Praktisch
Geen reservering nodig. Loop binnen wanneer het je uitkomt en blijf zo lang als je wil.
Op de proeflijstjes kun je noteren welke wijnen je hebt geproefd, zodat je later thuis nog precies weet welke fles je nog eens wil hebben.
Vroeg langskomen heeft één voordeel: dan heb je de meeste tijd om met Paolo zelf te praten. Weinig wijnmakers maken de moeite om vanuit Italië naar Nederland te komen om hun eigen wijnen te schenken. Daar mag je gebruik van maken.
Tot zaterdag 30 mei!
Remco en Ylenia




