
Focaccia met rozemarijn
Benodigdheden in je keuken
- Oven
- bakplaat
- bakpapier
Ingrediënten
- 1 kilo patentbloem
- 620 ml water
- 7 gram droog gist
- 2 theelepels suiker
- 2 theelepels himalaya zout
- 3 eetlepels olijfolie
Ingrediënten ter garnering (optioneel)
- 2 eetlepels extra vergine olijfolie om te bestrijken
- Grof zeezout om te bestrooien
- Een paar takjes verse rozemarijn
- Gesneden uienringen (optioneel)
Instructies
- Los het gist en de suiker op in een grote kom met het water.7 gram droog gist, 2 theelepels suiker, 620 ml water
- Voeg hier beetje voor beetje de gezeefde bloem aan toe terwijl je dit met een vork mengt. Als het met de vork niet meer gaat plaats je het deeg op een groot werkblad en kneed je het elastisch met de overgebleven bloem samen met de zout voor ongeveer 10/15 minuten.1 kilo patentbloem, 2 theelepels himalaya zout
- Leg het deeg op een met bakpapier beklede bakplaat. Bestrijk het met een deel van de olijfolie voor de korst. Druk met je vingers het deeg zover je kan uit over de bakplaat. Laat voor 20 minuten rusten. Na 20 minuten kan je nogmaals (het gaat nu veel makkelijker) het deeg met je vingers verder verdelen over de bakplaat. Probeer het zo te doen dat de dikte overal gelijk is. Dek het nu af met ingevette plastic folie.3 eetlepels olijfolie
- Laat het deeg op een warme plek minstens 120 minuten rijzen.Verwarm intussen de oven voor op 200 graden.
- Besprenkel met de overige olie, en bestrooi het brood met rozemarijn, wat water en grof zeezout (voeg hier optioneel nog wat gesneden uien ringen aan toe. Verwarm intussen de oven voor op 200 graden. Bak het brood in 30 minuten lichtbruin. Laat het op een rooster iets afkoelen en serveer het nog warm.2 eetlepels extra vergine olijfolie om te bestrijken, Grof zeezout om te bestrooien, Een paar takjes verse rozemarijn
Video
Notities
De oorsprong van de Focaccia
Het woord komt van het laat-Latijnse “focacia”, vrouwelijk van “focacius”, wat eenvoudig “op de haard gebakken” betekent (van het Latijnse “focus”). In feite is focaccia het gebakken product bij uitstek, met zijn lage, afgeplatte vorm. Focaccia in zijn ontelbare vormen is in heel Italië te vinden, van Genua, waar het het embleem van de stad is, via Bari, waar het met harde tarwe wordt gemaakt, tot Florence, waar in de oogsttijd een zoete versie met druiven wordt gemaakt. Kortom, elke stad heeft zijn eigen focaccia.Voedingswaarde
Rozemarijn is de klassieke afwerking, maar het deeg verdraagt meer. Wil je focaccia zelf maken met gepofte knoflook, dan rooster je drie hele bollen drie kwartier in olijfolie tot het vruchtvlees zacht en zoet is, kneedt dat door een deeg met vijfenzeventig procent water en gebruikt de overgebleven knoflookolie voor de kuiltjes. Rauwe knoflook zou bij 220 graden verbranden en bitter worden; gepofte knoflook wordt alleen maar zachter.
Heb je na het bakken nog takjes over, kook dan eens een witte risotto met verse rozemarijn. Eerst trekt een takje tien minuten in de bouillon, en aan het eind roer je de naalden, gehakt tot bijna poeder, van het vuur door de rijst, samen met boter, Parmigiano Reggiano en geraspte citroenschil. Voor vier personen ben je in veertig minuten klaar.
Met meel, water, zout en gist bak je niet alleen focaccia, maar ook pizza. Het verschil zit in de tijd: voor pizzadeeg met 24 uur koude rijs vorm je vier bollen die een dag in de koelkast staan. Er gaat geen olie in, en type 1-meel geeft de rand een lichte graansmaak. Op de avond zelf rek je het deeg alleen nog uit en bak je vier pizza’s margherita.
Kun je een gistdeeg kneden, dan is de stap naar zachte broodjes klein. Voor panini di ricotta met munt vervang je een deel van het water door uitgelekte schapenricotta en verdeel je het deeg na twee uur rijzen in twaalf bollen van 80 gram. In 25 minuten bak je ze goudbruin, met zout en sesam op de korst.
Wil je een focaccia met beleg dat er een maaltijd van maakt, bak dan eens pissalandrea uit Imperia. Daarvoor gaat 300 ml water op 500 gram meel, zodat de bodem een dikke saus van gestoofde uien en tomaat kan dragen. Over de saus leg je ansjovis en Taggiasca-olijven. Het deeg bakt in een royale laag olijfolie op de plaat, en daar komt de knapperige onderkant vandaan.




